Artikelen

Foto: Eddy Verschraegen

Het verdwenen dorp Nieuwerkerke bij Arnemuiden.

Een geslaagd onderwerp voor een vrijwilliger van de Archeologische Werkgemeenschap Nederland.

1. Het gekrompen dorp Nieuwerkerke

Het zal eind jaren tachtig zijn geweest dat ik kennis maakte met de heer F. Maljers uit Buttinge, die met zijn metaaldetector mijn trouwring terugvond die ik op het strand was verloren. Hij was amateur archeoloog die thuis een mooie verzameling vondsten bewaarde. Hij vertelde mij dat hij zijn onderzoek naar sporen uit het verleden altijd begon met het verzamelen van informatie over de plaatsen waar vanaf de vroege Middeleeuwen op Walcheren parochies werden gesticht.

Sinds begin 2019 ben ik lid van de AWN-afdeling Zeeland omdat ik toe was aan een nieuwe hobby. Naast deelname aan activiteiten die door de AWN worden georganiseerd, leek het mij ook een goed idee een eigen ‘onderzoeksproject’ te gaan doen. Indachtig het advies van de heer Maljers begon ik met het zoeken naar informatie over die voormalige parochies die later veelal de namen kregen van de kerkdorpen op Walcheren. Al doende kwam ik in het kwartaalblad Arneklanken van de Historische Vereniging Arnemuiden, jaargang 16, NR.4, december 2011, het artikel tegen: ”Nieuwerkerke en de drie vliedbergen bij Arnemuiden” door J. Adriaanse.

De plaats waar de voormalige Ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerke gezocht moet worden is ten noorden van Arnemuiden, tussen de Doeleweg en de Kraaijenholseweg, ongeveer halverwege deze wegen. Dat is dicht bij mijn woonplaats Middelburg en ik was al bekend met die locatie, dus heb ik Nieuwerkerke gekozen om mijn onderzoek te doen.

Het is om verschillende redenen geen verkeerde keuze geweest. In dit artikel de resultaten van mijn onderzoek tot nu toe.

2. Zoeken naar informatie over Nieuwerkerke

Dankzij internet is het tegenwoordig gemakkelijk informatie zoeken en vinden. De site van de Historische Vereniging Arnemuiden is een zeer goede bron gebleken om veel over Nieuwerkerke te weten te komen. En het Oudheidkundig Museum Arnemuiden eveneens. In het museum hangt een schilderij dat gemaakt is naar aanleiding van de aankoop van Nieuwerkerke door de stad Middelburg in 1493. Op de site van de Historische Vereniging Arnemuiden vond ik een verwijzing daarnaar in het boek: “Fragment uit Vaderlandsche geographie: of Nieuwe tegenwoordige staat en hedendaagsche historie der Nederlanden 1791”. Die zeer aansprekende tekst luidt als volgt: “Weshalven, de Regeering van Middelburg geen gereder middel, om het verloop des Koophandels hunner eigen Stad te stuiten wisten,  dan Arnemuiden onder hun Rechtsgebied te brengen kopende deszelfs Ambachts Heerlykheid, in den jare 1493, van Jonkheer Filips van Bourgonje; die, door zyn huwelyk, met Anna van Borselen , Heer van VEERE (onder welke Heerlykheid, dit dorp, of vlek, Arnemuiden dus lang behoord had) en daar door, te gelyk, de Eigenaar van Arnemuiden geworden was; zynde, na uitsterving van het geslacht van Arnemuiden, aan dat van Borselen vervallen.”

Een gedeelte van het schilderij wordt weergegeven in figuur 1. Het noorden op dat schilderij is niet in de richting van de bovenkant van het schilderij, maar moet worden gezocht aan de rechterkant (tegenwoordig de oostelijke kant van een kaart). Juist dit soort bijzonderheden, zoals het Oudnederlandse woordgebruik van bijvoorbeeld ‘vlek’, of vierschaar (zie verderop) en de afwijking van de richting van het noorden, maakt het zoeken naar informatie zo leuk en interessant.

Afb. 1. Begin 15e eeuw lag Arnemuiden westelijk van de ingang van de Arne en is ‘verhuisd’ naar de oostkant daarvan, waar in 1438 op de Oostdijk van Nieuwerkerke het (Nieuw) Arnemuiden werd gesticht. Het schilderij werd in 1784 gemaakt door P. Snijders. Het is een kopie naar een kaart door Cornelis de ‘scilder’ van omstreeks 1531. Uit: Klerk A.P. de, Werken met Zeeuwse Kaarten.

Al dat bureau-onderzoek, aangevuld met bezoeken aan het Zeeuws Archief, hebben zeer veel kennis over Nieuwerkerke opgeleverd.

De ambachtsheerlijkheid Nieuwerkerke was een parochie die omstreeks 1350 (of eerder) werd gesticht. Er was een vierschaar (lokaal gerechtelijk bestuur) ingesteld. De bebouwing bestond uit een kerk met toren, een kerkhof daaromheen, enige boerderijen en een vliedberg met een voorhof. Op enige afstand ten westen van die dorpskern lag een ‘kasteeltje’, zoals in de volksmond wordt aangeduid en wat in vakliteratuur een “mottekasteel of moated site” wordt genoemd.

In het Bulletin KNOB, jaargang 86, nr. 3, 1987, pag. 135-138, staat het artikel:

 ”Een ‘moated site’ bij het voormalige dorp Nieuwerkerke op Walcheren.”, door R.M. van Heeringen R.O.B., Amersfoort. Daarin wordt verslag gedaan van een beperkt onderzoek naar funderingssporen, nadat er in het voorjaar van 1986 een omvangrijke concentratie baksteenpuin en scherven was waargenomen op de pas geploegde akker van Adri Louwerse aan de Kraayenholseweg in Arnemuiden.

Na de Reformatie in 1574 raakte Nieuwerkerke in verval, het kromp zogezegd, en vanaf 1591 werden de stenen, van onder andere de afgebroken kerk, gebruikt om het zeehoofd aan het Sloe te verzwaren. Het kasteeltje is tot 1600 bewoond geweest en halverwege de 17e eeuw afgebroken. Ook de stenen daarvan werden gebruikt voor de zeewering en verdedigingswerken van (Nieuw) Arnemuiden in dezelfde periode als de afbraak van de kerk van Nieuwerkerke.

3. Het perceel “ ’t Oud Kerkhof”

Uit het bureau-onderzoek bleek dat de kerk van Nieuwerkerke, met daaromheen een kerkhof, gestaan heeft op een perceel dat halverwege de vorige eeuw nog bekend stond als ’t Oud Kerkhof. Soms ook ’t Ouwe of ’t Oude Kerkhof genoemd. Op oude kaarten, zoals voorkomend in het eerder genoemde artikel van Van Heeringen van de ROB, wordt het perceel waarop de kerk stond weergegeven anno 1650-1670.

De perceelgrenzen werden toentertijd gemeten door te lopen (af te passen). In zogeheten ‘ommelopers’ werden de afstanden en de namen van eigenaren van aangrenzende percelen  beschreven. Later werden op basis van deze beschrijvingen zogenaamde veldnamenkaarten gemaakt. Dat soort kaarten en recentere kaarten en luchtfoto’s, zijn te vinden op www.zeeland.nl/kaarten/Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) kaart en op www.kaarten.zeeland.nl/Atlas van Zeeland. Beide sites zijn onderdeel van het Geoloket van Provincie Zeeland. Uit die kaarten blijkt dat de meeste heel oude perceelgrenzen in de eerste helft van de 20e eeuw nog bestonden. Ook het perceel met de vliedberg bij Nieuwerkerke komt op die kaarten voor. Op een veldnamenkaart heet dat perceel ’t Werfken en dat betekent “opgeworpen hoogte”. Aangenomen mag worden dat er ook een boerderij bij die vliedberg heeft gelegen op de zgn. voorhof of nederhof, waar stallen en schuren stonden en waar de kasteelheer en het personeel woonde. Van dat alles is nu niets meer terug te vinden. De vliedberg was al voor het einde van de 19e eeuw afgegraven.

De voormalige eigenaar Adri Louwerse herinnert zich nog goed dat het perceel ‘t Oude Kerkhof ongeveer een meter hoger lag dan de omgeving. In de tijd dat de ruilverkaveling werd doorgevoerd (omstreeks 1963) werd ook die hoogte geslecht met een bulldozer en een kraan. Daarmee zijn ook de oude perceelgrenzen vervaagd of verdwenen.

Door nu (oude en nieuwere) kaarten en luchtfoto’s van vóór en ná de ruilverkaveling met elkaar te vergelijken, bleek het mogelijk de ligging van de dorpskern in de huidige situatie terug te vinden. Die techniek om kaarten over elkaar te leggen heb ik me eigen gemaakt en inmiddels ook kunnen gebruiken bij een van de activiteiten binnen de AWN-afdeling Zeeland. Dat betreft het zoeken naar de voorhoven (werven) die ooit bij de vliedbergen hebben gelegen.

Afb. 2. De huidige perceelgrenzen (rood, kadastrale kaart 2019) geprojecteerd op een uitsnede uit de veldnamenkaart van Arnemuiden. Het perceel “ ’t Ouwe Kerkhof” vormde de dorpskern van Nieuwerkerke. De vliedberg lag op het perceel met “ ’t Land van Sam”, of het perceel aangeduid met “Mietje Crucq”, dat is niet geheel duidelijk.

Gewapend met deze kennis en een metaaldetector ben ik op zoek gegaan, nadat ik eerst kennis had gemaakt met Adri Louwerse, die jarenlang eigenaar was van het land en nu woont in de boerderij bij zijn minicamping “De Steenhouck”, aan de Kraayenholseweg.

Het was heel goed hem te spreken want hij wist als geen ander waar ’t Oude Kerkhof moet hebben gelegen. Hij is ook geïnteresseerd in archeologie en bezit een interessante verzameling van archeologische artefacten die hij in de loop der jaren bij het bewerken van het land heeft gevonden. Als onderdeel van mijn onderzoek heb ik zijn vondsten gedocumenteerd door er foto’s van te maken en alle bijzonderheden te noteren die hij er van weet.

Aan de huidige eigenaar van het land, Peter Janse, die aan de Doeleweg woont, heb ik uiteraard ook toestemming gevraagd om op zijn percelen te zoeken. Hij vond dat goed en vertelde mij dat hij eerder ook al eens aan Michiel Bil toestemming had gegeven om te zoeken. Michiel is ook lid van de AWN en die had ik al eens ontmoet op een Zeeuwse Amateur Archeologendag. Later heeft Michiel  mij op ’t Oude Kerkhof de fijne kneepjes van het metaaldetector-zoeken bijgebracht. In het jubileumnummer van de Zuidwesterheem, jaargang 31, nr. 100, staat een interessant artikel van hem, getiteld:”Middeleeuwse muntslag in Zeeland”, waarnaar ik graag verwijs.

4. Veldwerk op “ ’t Oude Kerkhof”

In het najaar van 2019 ben ik diverse keren op het terrein wezen zoeken. Op het perceel dat een groot deel van ’t Oude Kerkhof omvat, waren de aardappelen gerooid die daar gestaan hadden en lag de grond er brak bij. Dat maakte het goed mogelijk om op het oog naar interessante zaken te zoeken en ondertussen met de metaaldetector de bodem te scannen.

De gevoeligheid van een metaaldetector kan over het algemeen ingesteld worden op ferro (ijzer) en nonferro (andere metalen dan ijzer). Door in te stellen op ferro kan je op ’t Oude Kerkhof op iedere vierkante meter wel een signaal oppikken want er bevinden zich daar zeer veel ijzeren resten, vooral draadnagels. Die zijn vermoedelijk van grafkisten, opgeploegd door het honderden jaren bewerken van de grond. Op afb. 3 staat het zoekresultaat van 11 september 2019, toen ik een grote diversiteit aan vondsten deed.

Afb. 3. De vondsten van ’t Oude Kerkhof zijn allemaal brokken en scherven vanwege de bewerking van de grond. Er zijn drie soorten: botresten (menselijke of dierlijke), metaalresten en scherven van aardewerk. Omdat ze zo klein zijn,
komen alleen munten nog min of meer compleet uit de grond, al mist de corrosie haar uitwerking niet. In het navolgende geef ik een indruk van mijn bevindingen van deze drie soorten.

4.1 Botresten

Het merendeel van de botresten die op ’t Oud Kerkhof zijn gevonden duiden erop – hoe kan het anders – dat het een voormalig kerkhof betreft. Het is wel verrassend dat de kiezen en menselijke botresten aan de oppervlakte liggen. Je mag verwachten dat de ploegdiepte van 20 tot 30 cm onvoldoende is om begraven resten naar boven te halen. En door het afvlakken van de vliedberg en omgeving zullen de begraven menselijke resten naar verwachting juist dieper onder het maaiveld zijn komen te liggen. Een vluchtig onderzoekje op internet leert dat de kist van de doden naar oud gebruik 65 cm onder het oppervlak moet liggen. In vroeger tijden werd daar niet zo nauwkeurig op gelet. Het werd soms zo druk op de kerkhoven en onder de kerkvloer dat de kerk voorafgaande aan een dienst gelucht moest worden omdat uit de slecht afgesloten grafruimten onder de kerkvloer kwalijke zaken oprezen. De uitdrukking “stinkend rijk” schijnt daarvan afkomstig te zijn omdat alleen de rijken het zich konden veroorloven in de kerk begraven te worden. Zie: historiek.net/hoe-de-dood-uit-het-westen-verdween/6852/.

(Een heel andere betekenis aan deze uitdrukking wordt gegeven bij Onze Taal en in de Nieuwsbrief van mei 2016 van het Meertens Instituut.  Red. ZWH) Het zoeken naar antwoorden op dit soort vragen vind ik net zo leuk aan de hobby archeologie als het zoeken in het veld.

Tegen het eind van de 18e eeuw werden de regels rond het begraven in kerken en binnen de bebouwde kom aangescherpt maar toen was de kerk van Nieuwerkerke al lang afgebroken. Uiteraard hebben we nu geen idee hoe er bij die afbraak met de menselijke resten onder de kerkvloer is omgesprongen.

Het perceel met de kerk en het kerkhof lag oorspronkelijk hoger dan de omgeving. Medio de 20e eeuw is die hoogte afgevlakt en bij die bewerking van de grond kwamen al grafresten tevoorschijn. Telkens als er geploegd wordt, verschijnen er weer brokstukken.

De resten van botten die ik vond leken mij wel van mensen afkomstig maar het kan evengoed slachtafval zijn omdat er immers ook boerderijen in de omgeving van het Oude Kerkhof stonden. Voor de determinatie van de botresten kon ik een beroep doen op de expertise van Betty Ras, vrijwilliger bij Erfgoed Zeeland. Zij heeft alle botresten nauwgezet gedetermineerd. Het merendeel van de door mij gevonden botresten bleek van menselijke herkomst te zijn, daarnaast nog botresten van rund, varken en schaap.   

Afb. 4. Tibia Sin. Scheenbeen, links, mens. (Determinatie Betty Ras)
Het linker bot op de foto is het voor determinatie gebruikte vergelijkingsmateriaal.
Het rechter stukje bot is gevonden op ’t Oude Kerkhof.

Afb. 5. Vertebra Lumbalis, lendenwervel, mens. (Determinatie Betty Ras).
Het rechter bot is het voor determinatie gebruikte vergelijkingsmateriaal.

4.2 Metaalresten

Als je als amateur archeoloog met een metaaldetector bezig bent, dan heb je altijd in je achterhoofd dat er misschien wel iets bijzonder waardevols gevonden kan worden. Oude munten bijvoorbeeld en dat hoeven niet per se gouden of zilveren te zijn. Als ze maar uniek genoeg zijn en zelden opduiken dan doet het soort metaal er niet toe. Wat de metalen betreft leverde ’t Oude Kerkhof mij tot nu toe, afgezien van ijzeren draadnagels, weinig op: een loden kogeltje, een stukje lood als van een glas-in-loodraam, een bronzen stukje van een boekomslag, en een hele en een halve duit (waarschijnlijk). Slechts één bijzondere vondst: een zogeheten rekenpenning, ook wel statenoord genoemd.

Een bijzondere koperen munt

Bij een bezoek aan ’t Oude Kerkhof op 30 november 2019 piepte de metaaldetector op een gegeven moment en na lang peuteren in een grote klomp klei kwam iets ronds tevoorschijn. Sterk gecorrodeerd, maar een groene zweem in de vochtige klei rondom het stuk gaf aan dat het van koper of brons moest zijn. Thuisgekomen heb ik de munt lange tijd in gedestilleerd water laten liggen zodat de aangehechte klei gemakkelijk te verwijderen was. Het ontcijferen van de tekst op deze door corrosie zwaar aangetaste munt was heel leuk werk en daarbij bewijst internet ook weer zijn diensten.

Door verschillende close-up opnamen en grote afdrukken van de munt op papier te bestuderen kon een groot deel van de tekst gevonden worden. Op een kant staat een wapenschild omgeven door een guldenvlies ketting. Op het wapenschild de wapens van Oostenrijk (faas), Valois (3 lelies), Bourgondië (schuine balken) en Brabant (leeuw) en in het kleine middenschildje het wapen van Vlaanderen. Het blijkt een statenoord van Philips II, geslagen in het jaar 1578 of 1579 en dat moet dan in de muntstad Hasselt in Overijssel geweest zijn.

Afb. 6. Kopkant Statenoord 1579
PH8DGHI8 . .REX . D . TRS’ISSVL
Er staat hoogstwaarschijnlijk PHS.D:G.HISP.Z.REX.DO’. TRS’. ISSVL

Afb. 7. Muntkant Statenoord 1579
. ACE ET IVSTI . . . . .
PACE ET IVSTITIA staat op een koperen Statenoord van Overijssel

In het artikel “De munt van Overijssel” op www.duiten.nl wordt deze statenoord als volgt beschreven.
OVE.6: (koper) Statenoord.(V.144.1/2 – GH.252.17 – PW 7013)

VOORZIJDE: Borstbeeld van Philips II zonder kroon, naar rechts (moet links zijn. AH).

TEKST: PHS. D:G. HISP. Z. REX. DO’. TRS’. ISSVL’ (of variant). Dit is voluit: Philippus Dei gratia Hispaniarum z rex Dominus Transissulania, en betekent: Philips, bij Gods gratie koning van Spanje en heer van Overijssel.

KEERZIJDE: Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië met daaromheen de keten van de orde van het gulden vlies. TEKST: .PACE. ET. IVSTITIA. (of variant). Dit betekent: vrede en gerechtigheid.

Gerrit Janszn. muntteken: (wapen van Hasselt). ZJ S (ca. 1578-1579) ZJ KPK
Wettelijk voorschrift: geslagen in navolging van het voorschrift van 11 februari 1577. Uit de snede 34 stuks is ca. 7,24 gram per stuk.

Bronzen boekbeslag

Een ogenschijnlijk heel klein stukje metaal dat door de metaaldetector werd opgemerkt bleek, nadat diverse leden van de AWN en medewerkers van Erfgoed Zeeland het hadden bekeken, hoogstwaarschijnlijk onderdeel van een boekbeslag. Op onderstaande afbeelding is de voorkant, zijkant en achterkant weergegeven. Het uit twee bronzen plaatjes samengestelde onderdeel is met twee kleine klinknageltjes aan elkaar geklonken. Tussen de samengeklonken lipjes heeft leder of stof gezeten.

Afb. 8. Het boekbeslag in detail; voorkant, zijkant en achterkant. Lengte 3,8 cm.

4.3 Scherven aardewerk

Net als ik zullen veel mensen bij scherven aardewerk denken aan de archeoloog die een hoopje potscherven na lang puzzelen weer heeft samengevoegd tot een pot of beker. Alleen als er voldoende karakteristieken aan het gerestaureerde vaatwerk afgelezen kunnen worden, is determinatie mogelijk. Wat de locatie ’t Oude Kerkhof betreft is dat soort vondsten niet aan de orde. Separate scherfjes kunnen soms toch wel iets zeggen over tijd of toepassing van het aardewerk waar het deel van uitmaakte.

De meeste stukken zijn van rood geglazuurd aardewerk en betreffen de pootknobbels of oren van kogelpotten, omdat het vaatwerk daar dikker was dan de rest. Eerlijk gezegd heb ik dat soort scherven op een gegeven moment maar laten liggen. Soms zijn op scherven kleine glazuurversieringen zichtbaar die determinatie mogelijk maken. Een bijzonder stukje is een klein fragment van een leistenen dakpannetje. Het is precies het stukje waar het vierkante gaatje in zit dat door de leidekker in het leitje werd geslagen voordat hij het op  het dak kon spijkeren. Het hele assortiment scherven wordt nu bewaard in een bewaardoos waarin het overzichtelijk is gerangschikt en als ik klaar ben met mijn onderzoek in Nieuwerkerke dan kan mijn verzameling als leskist gaan dienen om bij de “jeugd van tegenwoordig” belangstelling voor ons Erfgoed te kweken. Een andere mogelijkheid is dat mijn verzameling een plaatsje krijgt in het Historisch Museum Arnemuiden.

Afb. 9. Verzameling vondsten Nieuwerkerke

5. Overige vondsten en bevindingen

Met het documenteren van mijn verzameling kennis en vondsten van Nieuwerkerke heb ik als ambassadeur van de archeologie een goede invulling kunnen geven aan het doel van de Archeologische Vereniging; AWN: “Het beschermen van en de belangenbehartiging voor het bodemarchief en het bijdragen aan en uitdragen van de kennis van het archeologisch erfgoed.”

Gedurende mijn onderzoek ben ik nog meer informatie en materiaal tegengekomen waar anderen over beschikken. Zo heeft Adri Louwerse bijzonder mooie stukken in zijn bezit en van Michiel Bil begreep ik dat hij in de loop der jaren ook het een en ander heeft gevonden. En er zijn meer hobbyisten letterlijk actief op dat terrein. Ik ga proberen zoveel mogelijk terug te vinden, om ook dat te documenteren.

In een volgend nummer van de Zuidwesterheem wil ik dan graag meer vertellen over de vondsten die in en rondom het voormalige Nieuwerkerke door anderen zijn gedaan.

Albert Holland

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Historie van Noord-Beveland Deel 5



In deze rubriek lichten we elke editie een stukje Noord-Bevelandse geschiedenis uit en hopen zo de oude verhalen, foto’s en vondsten die nu nog bij u of andere Noord-Bevelanders aanwezig zijn te kunnen verzamelen, op te schrijven en/of te fotograferen.

Een hand vol geschiedenis

Hans van der Maas (78 jaar) is vernoemd naar zijn opa Johannes, die net als hij zijn gewassen in de Wissenkerkepolder en de Thoornpolder verbouwde.

Tijdens het wieden vond hij elk jaar wel een paar munten, sommige arbeiders gooiden een gevonden munt gewoon weer het land op, verteld Hans “ oud ijzer, niets waard” zeiden ze dan. Maar ik heb ze allemaal bewaard, en hij strooit een hand vol met 17de,  18de en de 19de-eeuwse munten uit op tafel. De meeste zijn Duiten van de toen nog 7 provinciën, natuurlijk een aantal uit Zeelandia en Hollandia maar ook uit Groningen en Utrecht. Er liggen ook een paar buitenlandse muntjes uit Frankrijk en België en zelfs uit Nederlands-Indië bij. Sommige muntjes zijn zo versleten dat ze niet herkenbaar zijn.

Een opvallend dun muntje die een beetje glimmend tussen al het koper op tafel ligt is Neurenbergse rekenpenning uit de 18de eeuw, deze is van messing en heeft een afbeelding van Lodewijk XVI (de laatste koning van Frankrijk) De penning heeft waarschijnlijk een tik van de schrepel gehad want er zit een grote deuk in.

Rekenpenningen lijken op munten maar werden meestal gebruikt bij het maken van berekeningen op een rekenbord of rekendoek. Misschien is deze rekenpenning nog gebruikt in de periode dat er veel dijkwerkers uit verschillende regio’s hier hun centen kwamen verdienen met het bouwen en herstellen van onze dijken. De Thoornpolder is in 1697 ingepolderd, maar verdronk weer in 1780, in 1877 brak de Noordelijke zeedijk en twee boerderijen moesten worden prijsgegeven, in 1895 werd als bescherming de laatste dijk voor een nieuwe inlaag gelegd, deze staat nu bekend als de inlaag voor de Thoornpolder.

Ja, per stuk zijn ze misschien niet veel waard, maar een hand vol geschiedenis geeft toch het gevoel van een grote schat uit de Noord-Bevelandse klei.

Bron: H. van der Maas, Michiel Bil,
A.A. Karman: Noord-Beveland groene oase in de Zeeuwse Delta, cultuurhistorische en natuurwaarden van Noord Beveland.

Heeft u ook vondsten of heeft u andere historie van Noord-Beveland die u wilt delen? Neem dan contact op met Marten Klop. Telefoonnummer: 06 10 99 31 54, martenklop@gmail.com
Veerweg 15, 4493 AL Kamperland