home >>> publicaties >>> overzicht archief publicaties >>> archief publicaties iv
  I - II - III - IV
Zegelstempels en Zegelringen uit Zeeuwse bodem  
Een lugubere gouden vondst  
Jaarverslag van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland over 2010  
Jaarverslag van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland over 2011  
   
 
Zegelstempels en Zegelringen uit Zeeuwse bodem

imageimage


Zegelstempel van loodbrons van Jacob[u]s Alverdoen. Wapenschild met zes jakobsschelpen, (3:2:1). Vindplaats: Sluis. Datering: 1300-1350. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.



imageimage


Zegelstempel van broeder Johannes van het St. Jans Hospitaal in Aardenburg. Datering: 1275-1350. Vindplaats: Aardenburg. Part.collectie. Foto: S. Bostelaar.



imageimage

Zegelstempel van Simon Sceluward met afbeelding van een lopende vos, Vindplaats: Middelburg, Datering:1300-1350. Coll. : SCEZ


 

imageimage

 

Zegelstempel van brons gevonden in Middelburg. Afbeelding van een staande Maria met Kind. De zegelaar geknield onder een ster. Datering: 1300-1350. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.


 

imageimage

 

Vierlobbig messing zegelstempel, vermoedelijk toebehorend aan een Spaanse lakenhandelaar. Randtekst: Arias Alfonso. In het centrum een gaande schaap, daaromheen twee lakenbalen, een lelie en een burcht ( Castilië ). Vindplaats: Sluis. Datering: 1350-1400. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.

imageimage

Spitsovaal zegelstempel van messing met een burcht en de naam Magri Willi de Dvmbvrg. Datering: 1275-1350. Vindplaats: Middelburg. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.



image image

Zegelstempel van Walter de Vos met de afbeelding van een gaande vos. Datering: 1300-1350. Vindplaats: Aardenburg. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.



image image

Zegelstempel van verguld messing met afhangend getorst staafje. Afbeelding van een man met baard. Datering 1700-1750. Vindplaats: Sluis. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.

 



image

Messing zegelring met de letter T. Vindplaats: Aardenburg. Datering: 1400-1450. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.




imageimage

keerzijde / voorzijde

Loden oorkondezegel (bulla) van Paus ALEXANDER VI (1492-1503). Voorzijde: boven twee bebaarde portretten de tekst: SPE (Sint Petrus) en SPA (Sint Paulus). Tussen de beide heiligen een kruis. Keerzijde ALEXANDER PP VI. Vindplaats: Middelburg. Collectie en foto: S. Bostelaar

 

imageimage

Zegelstempel S.Iohan(nes) de Gisra, vindplaats Sluis,
part. coll. wapenschild met twee boven elkaar geplaatste dieren. Datering: 1400-1450.



imageimage

Zegelstempel van Jaroy f(ilius) jans Lisse, wapenschild met een keper vergezeld van drie jakobschelpen. Het schild wordt vastgehouden door de aartsengel Michaël. vindplaats: Sluis. Datering; 1450-1500. Part. coll.

 
door Henk Hendrikse
 
Henk Hendrikse ( Koudekerke, 1952 ) is als beheerder van het archeologisch depot verbonden aan de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland(SCEZ). Sinds de tweede helft van de jaren tachtig is hij betrokken bij talloze archeologische onderzoeken en opgravingen. De auteur is gespecialiseerd in o.a. middeleeuwse metalen voorwerpen en werkte mee aan tal van archeologische publicaties over Zeeuwse onderwerpen, zoals : ‘Geld uit de Belt’, ‘Marnix van St. Aldegonde’, ‘De onderkant van de Markt’, ‘Verdronken land. Valkenisse en Keizershoofd’ en ‘Vondsten in Veere’. Tevens is hij co-auteur van het boek ‘Groeten uit Breskens’(1995), over de geschiedenis en topografie van Breskens aan de hand van honderden ansichten en fotokaarten.

Met de komst van de metaaldetector is het zoeken naar metalen voorwerpen een populaire hobby geworden in binnen- en buitenland. Vele duizenden metalen voorwerpen zijn in de laatste twee decennia met behulp van dit nuttige apparaat opgespoord. Slechts een zeer klein deel hiervan wordt aangemeld bij de officiële instanties en geregistreerd. In Zeeland moet dit gebeuren bij de provinciaal archeoloog van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Bodemvondsten worden echter om allerlei redenen niet aangemeld bij de SCEZ. Het overgrote deel van de vondsten verdwijnt ongezien in de privé-collecties van detectorzoekers, waarvan er - alleen al in Zeeland - zo’n honderd actief zijn. Deze privé-collecties zijn slechts bij enkele insiders bekend. De archeologisch en historisch vaak zeer belangwekkende vondsten daaruit blijven dus onopgemerkt en zijn niet beschikbaar voor onderzoek. Waarschijnlijk gaat het alleen in Zeeland al om vele duizenden van dit soort vondsten per jaar. Zich realiserend dat hiermee onnodig veel informatie verloren dreigde te gaan namen in 1999 enkele leden van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) het initiatief om een werkgroep op te richten met als doel het verzamelen van gegevens over metaalvondsten die in het bezit zijn van particulieren. Deze werkgroep functioneert binnen de afdeling Zeeland van de AWN.
Als eerste project van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland (WMZ) is gekozen voor het onderzoek en de registratie van in Zeeland gevonden zegelstempels en zegelringen. Hiertoe is door de werkgroep een registratieformulier ontworpen, conform de richtlijnen betreffende de registratie van bodemvondsten in ARCHIS. ARCHIS is het door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) opgezette en ontwikkelde geautomatiseerde archeologische informatiesysteem. Het ARCHIS - formulier is hiervoor aangevuld met dit formulier om op de specifieke vragen die aan bepaalde groepen voorwerpen gesteld worden een antwoord te kunnen geven.
Andere specifieke groepen voorwerpen die in aanmerking komen voor registratie en documentatie zijn: pelgrimsinsignes, Romeinse munten, vogeldrinkbakjes of inktpotjes, muntgewichtjes, kinderspeelgoed van metaal, penningen, sleutels, gewichten, enz. Pelgrimsinsignes bijvoorbeeld geven een beeld van de devotie in de Middeleeuwen en van de in de regio en daarbuiten bezochte bedevaartplaatsen; gewichten en penningen zijn via ingeslagen merken vaak te relateren aan een bepaalde stad; kinderspeelgoed verwijst naar de positie van het kind in de laatmiddeleeuwse samenleving.
De keuze voor de vondstcategorie zegelstempels en zegelringen heeft verschillende redenen. Ten eerste zijn deze voorwerpen niet alleen bij het grote publiek weinig bekend, maar ook bij genealogen, historici en archiefmedewerkers. Men kent wel de waszegels die soms met tientallen aan oorkonden hangen, maar niet de stempels. Ten tweede is het soms mogelijk via bronnenonderzoek informatie te verkrijgen over de eigenaar van een stempel, wiens naam, functie en/of beeldmerk te zien is op het stempelveld. Dit is tevens interessant voor een ieder die zich bezig houdt met historisch onderzoek, want de bewaard gebleven waszegels bevinden zich vaak in een slechte staat omdat zegelwas erg kwetsbaar is en snel brokkelt. Er zijn nog maar weinig oorkonden waarvan de bezegeling nog in gave staat verkeert. De afbeelding op het stempelveld zou in bepaalde gevallen aanvullende informatie kunnen bieden. Zo kunnen schriftelijke bronnen en archeologische vondsten elkaar aanvullen of bevestigen.
Ten derde bestaat deze specifieke groep voorwerpen vrijwel geheel uit bodemvondsten. Naar verwachting zal de toename van het aantal aangemelde exemplaren eveneens vrijwel uitsluitend uit recente bodemvondsten bestaan.
Omdat regulier archeologisch onderzoek, geplaagd door geld- en tijdgebrek, dikwijls andere prioriteiten heeft worden deze nieuwe metaalvondsten bijna zonder uitzondering door particuliere detectorzoekers gedaan. De grote hoeveelheid voorwerpen die zich in particulier bezit bevindt bracht met zich mee dat er van de zijde van de werkgroep bijzonder veel inzet gevraagd werd om de gewenste informatie te verkrijgen. Daarbij werd het raadzaam geacht niet te lang te wachten met navraag doen naar de vondstgegevens. Het merendeel van de zoekers documenteert de vondsten niet, zodat na een aantal jaren al twijfel kan ontstaan over de exacte vindplaats. Door onderlinge ruil en/of verkoop gaat bijna altijd informatie verloren. De nieuwe eigenaar is vaak minder geïnteresseerd in de vindplaats dan in het object zelf en zo kunnen in korte tijd de vondstgegevens - en daarmee een belangrijke bron van informatie - verloren gaan. Ook bij overlijden en boedelscheiding verdwijnen veel voorwerpen omdat de erfgenamen er, als de geldswaarde gering is, niet in geïnteresseerd zijn. Daar de vindplaats van een zegelstempel of zegelring in veel gevallen te relateren is aan de woon- of verblijfplaats van de stempelvoerder is de exacte vindplaats van cruciaal belang om enig succes te kunnen boeken bij het bronnenonderzoek. De vindplaats is daarnaast van belang als nieuw of extra gegeven ten behoeve van de archeologische monumentenzorg.
Bij de registratie van de stempels gold (en geldt) het midden van de negentiende eeuw als grens. Als criterium wordt gesteld dat het te registreren voorwerp een bodemvondst moet zijn. Uit een onderzoeksronde langs de verschillende lokale archieven in Zeeland bleek dat uit de Middeleeuwen geen enkel origineel burgerlijk of kerkelijk zegelstempel bewaard gebleven is. Wel is een beperkt aantal stadsstempels nog aanwezig. Uit het grote aantal nu geregistreerde stempels blijkt dus dat het bodemarchief heel wat meer stempels ‘bewaard’ heeft dan de ‘gewone’ archieven. In het laatste hoofdstuk van het boek is ter aanvulling een selectie uit de in de archieven bewaarde stadsstempels opgenomen.

Toen na twee jaar de balans van het zegelstempelproject werd opgemaakt bleek dat er een schat aan informatie boven water was gekomen. Dank zij het niet aflatende enthousiasme van de werkgroepleden en de medewerking van de particuliere detectorzoekers konden (tot 01-06- 2003) 275 zegelstempels en –ringen worden geregistreerd. De werkgroep was van mening dat het jammer zou zijn wanneer de met veel inzet en investering verkregen gegevens, net als de voorwerpen zelf, op hun beurt een verborgen bestaan zouden gaan leiden in het archief van de SCEZ of in ARCHIS. Zo ontstond de wens om de onderzoeksresultaten van een deel van de zegelstempels en –ringen te publiceren, waardoor deze beschikbaar zouden komen voor een ieder die in deze materie geïnteresseerd is. Publicatie zou tevens een stimulans voor anderen kunnen betekenen tot nader onderzoek. Immers, de historische gegevens van de in de catalogus beschreven stempels zijn summier en kunnen in een aantal gevallen nog verder worden uitgediept. In het tijdsbestek waarin deze publicatie tot stand gekomen is kon door allerlei omstandigheden dit ingewikkelde en zeer tijdrovende onderzoek niet plaats vinden.

Zegelstempels en zegelringen


Een zegelstempel of –ring vertegenwoordigt met een beeldmerk, naam en/of functie de identiteit van de eigenaar. De afbeelding op het stempelveld symboliseert de persoon of de instelling die het zegel voert. Het randschrift vermeldt de naam en/of de functie van de bezitter. Tijdens diens leven of ambtsperiode werden overeenkomsten met het stempel in een wasafdruk (zegel) bewijskrachtig gemaakt. Na overlijden of beëindiging van de ambtsperiode moest het stempel ongeldig gemaakt of vernietigd worden om misbruik en daarmee frauduleuze handelingen te voorkomen. Overheidsstempels daarentegen bleven vaak als bewijsstuk bewaard. Bij het onbruikbaar maken werd in vele gevallen het stempel met hamer en beitel bewerkt, in tweeën gehakt of werden randschrift en beeldmerk weggevijld. Onder de gevonden zegelstempels is er een aantal dat duidelijk de sporen van bewuste beschadiging draagt. Omsmelten was ook een mogelijkheid, hoewel daar geen gegevens over beschikbaar zijn. Waarschijnlijk gebeurde dit alleen wanneer het een stempel van edelmetaal betrof. Vernietigen betekende in de praktijk vaak dat het stempel in een sloot, gracht of zelfs in een beerput werd gegooid, om na honderden jaren als bodemvondst weer aan het licht te komen. Hoewel de meeste stempels vrij gaaf worden teruggevonden, afgezien van de bewust aangebrachte beschadigingen, hebben de bodemzuren bij een aantal exemplaren hun werk helaas grondig gedaan. Op 01-06-2003 bedroeg het aantal geregistreerde in Zeeland gevonden stempels en ringen 275 exemplaren. Twee jaar geleden, vóór de aanvang van het project, waren dat er slechts 5! Voor het grootste deel gaat het om zegelstempels uit de periode 1250-1500. De zegelringen zijn ver in de minderheid vergeleken met het aantal stempels. Daarbij is ook het aantal stempels uit de periode 1500 tot 1900 beperkt. Zegelringen met gesneden stenen (gemmen) uit de Romeinse periode vormen een aparte groep en vallen niet binnen het kader van ons onderzoek. Ze zijn dus in deze publicatie buiten beschouwing gelaten. Wel is ter illustratie een Romeinse gemme uit Aardenburg afgebeeld bij het hoofdstuk over de historische ontwikkeling van de stempels.


Het zegelen in de Middeleeuwen

Om een afdruk te maken in was is een stempel nodig. Een metalen stempel bestond in de Middeleeuwen uit een plat vlak, waarin een motto en/of randtekst was aangebracht. Aan de achterzijde was een oog meegegoten. Onder invloed van de gotiek worden de grepen op de messing stempels hoger. De mooiste exemplaren waren voorzien van een driepasoog. Het oog gaf de gebruiker de mogelijkheid om het stempel aan een ketting met zich mee te dragen. Zo kon verlies of diefstal worden voorkomen.
Er werd gestempeld in bijenwas, die in veel gevallen werd gekleurd met gele, rode, bruine of zwarte pigmenten. Alleen de allerhoogste gezagsdragers zegelden in een afwijkend materiaal. Zo zijn bijna alle pauselijke stempelafdrukken die aan oorkonden hangen van lood. Ook deze exemplaren – bulla’s genaamd – komen onder bodemvondsten voor en zijn in het boek beschreven en afgebeeld.


Fabricage van zegelstempels

Ter vervaardiging van een stempel werd eerst een mal gemaakt; daarin werd vloeibaar metaal gegoten. Het gieten gebeurde door de brons- of geelgieter. De oudste in Zeeland gevonden stempels dateren uit het tweede helft van de 13e eeuw. De stempels uit de periode tot ongeveer 1400 zijn vaak van een hogere kwaliteit dan stempels uit de 15e en 16e eeuw. Stempelsnijders brengen met een beiteltje een afbeelding aan in het metaal. Er is ook een methode beschreven om stempels compleet met voorstelling te gieten.

Metaaltechnisch onderzoek

Heel vaak worden metalen voorwerpen die uit de bodem komen alleen op hun uiterlijke kenmerken beoordeeld. Aan een voorwerp vervaardigd uit een koperlegering wordt naargelang de kleur het predikaat brons of messing gegeven. Veel van de zegelstempels worden beschreven als zijnde bronzen voorwerpen. Om een betere benaming te geven aan de zegelstempels is een aantal onderzocht bij het Instituut Collectiebeheer Nederland (ICN) in Amsterdam. De resultaten zijn in verschillende tabellen verwerkt. Opvallend is het gebruik van lood bij de bronzen en messing stempels. In enkele gevallen bestaat het stempel voor meer dan 50 % uit lood.
Vooral bij de middeleeuwse stempels zijn metaalalliages van zeer wisselende samenstelling gebruikt. Na 1500 is vooral messing - een legering van koper en zink - in gebruik.


Ateliers

De vindplaatsen van de zegelstempels en –ringen liggen verspreid over de gehele provincie Zeeland. Ondanks de grote hoeveelheid aangemelde stempels zijn dat er te weinig om de locatie van productieateliers vast te stellen. Slechts twee stempels hebben hetzelfde model en een gelijkende afbeelding. Ze zijn door één en dezelfde persoon vervaardigd.

Stempelvormen en –formaten in de Middeleeuwen

De Merovingische en Karolingische koningen volgen de klassieke traditie van in gemmen gesneden portretten. Na verloop van tijd worden deze groter en na het jaar 1000 ontstaat een nieuw type stempel. Naast het gebruikelijke ronde stempel verschijnt ook een spitsovaal model. In de 13e eeuw worden schildvormige, vierkante en vijf- tot achthoekige vormen gebruikt.
Bij de spitsovale en veelhoekige stempels blijft de lage greep gebruikelijk.
Bij het ronde stempel ontwikkelt de greep zich tot een hoog type, waarbij het oog soms fraai is uitgewerkt. Dit type is veelal in gebruik bij de koop- en ambachtslieden. Dit is de derde stand naast de kerkelijke en burgerlijke overheid en de hoge en lage adel.
De vorm van het stempel is soms een verwijzing naar de gebruiker. De spitovale modellen tonen vooral kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, heiligen en Maria met Kind. Burgers gebruiken stempels met afbeeldingen die verwijzen naar hun naam of beroep.
De gevonden stempels zijn in de regel klein. De burgerstempels in de Middeleeuwen hebben een diameter tussen de 1,5 en 2,5 cm. De hoogte is gemiddeld 2,5 cm. De lage ronde exemplaren hebben gemiddeld een iets grotere diameter, waarschijnlijk omdat ze hierdoor wat gemakkelijker te hanteren zijn. De spitsovale stempels lijken eveneens iets groter, maar dat komt omdat de lengtemaat als uitgangspunt genomen is. Stempels na 1600 zijn vanwege de geringe hoeveelheid beschikbare exemplaren niet in een tabel verwerkt.
In de 16e eeuw verschijnen er verschillende nieuwe typen stempels. Eén van deze typen bestaat uit een korte bus, waaraan een - meestal houten - handvat is bevestigd. Een ander type is het z.g. klapstempel. Dit bestaat naast de stempelplaat uit een scharnierend handvat, waardoor het voorwerp makkelijk op te bergen is. In de 18e eeuw verschijnt het kantelstempel met twee of drie keerbare zijden. Het heeft een scharnierende greep waardoor het gewenste stempelvlak naar beneden kan kantelen. Ook verschijnen er stempels met voorstellingen die teruggaan op de klassieke oudheid. Dit zijn classicistische nabootsingen van gemmen zoals die in de Griekse en Romeinse tijd in ringen zijn gebruikt. Al deze genoemde typen verschillen sterk met de zegelstempels die in de Middeleeuwen gebruikt zijn. De laatste zijn vaak diep uitgesneden omdat er gestempeld werd in was. Vanaf de 16e eeuw wordt, voor het verzegelen van persoonlijke documenten zoals brieven, lak gebruikt om in te stempelen. Doordat de lak na verwarming sterk uitvloeit is het niet nodig een stempel te gebruiken dat diep uitgestoken is. Het beeld toont vaak alleen nog het persoonlijk wapen of devies, maar geen naam omdat een brief voorzien werd van een handtekening. Zegelringen tonen vaak christelijke voorstellingen, letters en symbolen zoals een kroon of lelie.

Om deze verzamelde informatie beschikbaar te stellen aan een ieder die wil kennis nemen van dit onderwerp is, zoals al opgemerkt, door de werkgroep besloten een publicatie te vervaardigen.
Meer dan 250 kleurenfoto’s tonen een prachtig beeld van de ontwikkeling van het zegelstempel door de eeuwen heen. Een derde deel van het boek bestaat uit een catalogus waarin een beschrijving en afbeelding van circa 100 zegelstempels en –ringen opgenomen.
In deze publicatie wordt voor het eerst deze specifieke groep bodemvondsten uit Zeeland op uitgebreide wijze beschreven en afgebeeld.
Het boek is begin november verschenen bij uitgeverij Aprilis BV te Zaltbommel en is verkrijgbaar via de boekhandel. De winkelprijs bedraagt € 19,50
ISBN: 90 5994 013 x

   

 
Een lugubere gouden vondst
button
   
door Peter Hengsdijk (lid Werkgroep Metaalvondsten Zeeland)  
   
In Oost-Souburg (gemeente Vlissingen) is men reeds geruime tijd bezig met de aanleg van een nieuwe woonwijk (Souburg Noord). Bij het bouwrijp maken, de aanleg van de straten, riolering en andere nutsvoorzieningen werden fundamenten blootgelegd van een tamelijk groot gebouw. Er was reeds voor de aanvang rekening gehouden met deze mogelijkheid en er is destijds ook overleg geweest met de AWN en Walcheren-archeoloog Bernard Meijlink over mogelijke assistentie.
Het plangebied stond op de IKAW aangeduid als een gebied met een hoge verwachtingswaarde. Om die reden is er in overleg met de provincie een SAI (Standaard Archeologische Inventarisatie) gedaan en een AAI (Aanvullende Archeologische Inventarisatie) door ArcheoMedia BV. Binnen de grenzen van het plangebied werden op diverse plaatsen archeologische resten aangetroffen en er waren tevens aanwijzingen dat zich mogelijk ongestoorde archeologische resten in de bodem zouden bevinden. Hier zou door middel van proefsleuven een onderzoek worden gedaan. Op een deel van het gebied is een tweede AAI uitgevoerd omdat de gegevens niet duidelijk waren.
Binnen het plangebied zou op de locatie van boerderij Vlugtenburg een vliedberg hebben gelegen. Op de kreekrug in het gebied hebben twee grotere boerderijen gestaan, Groot en Klein Engelenburg, aan de Middelburgse straat. Niets rest meer van deze boerderijen.
Vlugtenburg bestond in 1944 uit een herenhuis omringd door een gracht. Het was ooit een herenhuis met een vijver en bedrijfsgebouwen. Grote delen daarvan zijn thans verdwenen. Het huidige woonhuis en de schuur dateren respectievelijk van 1829 en 1872. De gracht is in de loop van de zestiger jaren van de vorige eeuw gedempt. Vermoedelijk ligt er tussen Vlugtenburg en de noordelijker gelegen boerderij Schooneveld een ijskelder.
In de grond naast een pas aangelegde weg deed ik een bijzondere vondst: een gouden ring met een doodskop en twee gekruiste beenderen met aan weerszijden daarvan een ingezet steentje, mogelijk van bergkristal. De ringmaat is 17 mm. (zie foto hiernaast)
Het blijkt niet eenvoudig iets over dit soort sieraden te vinden. Waarschijnlijk dateert het voorwerp uit de 16e of 17e eeuw. In geen enkele andere periode zijn zoveel ringen gedragen en in zoveel variaties als in de 16 eeuw. Veel ringen werden geassocieerd met liefde en huwelijk. Vrome lieden droegen ringen met de emblemen van het geloof. De bijgelovigen droegen ringen met een talisman. Koningen, pausen en bisschoppen droegen ringen die hun autoriteit uitstraalden. Men droeg ringen aan alle vingers.
De mode van het dragen van symbolen van sterfelijkheid creëerde ringen met doodshoofden en daarop betrekking hebbende inscripties. Het wijd verbreide thema van het momento mori komt ook tot uiting in hangers in de vorm van een doodskist met skeletten erin. Ook zijn er pomanders (reukbollen) en horloges in de vorm van een doodshoofd.
Op internet vond ik zelfs een “Orde van de doodskop”, een ridderorde, als huisorde ingesteld door de Silezische hertog van Württemberg- Oels in 1652. De leden van de orde droegen een gouden ring met doodskop aan de linkerhand. De orde was geen lang leven beschoren. Na de dood van de hertog in 1664 raakte de orde in vergetelheid.
Hoe de ring in Oost Souburg terechtgekomen is weten we niet. Misschien heeft iemand die woonde op Vlugtenburg of op Groot en Klein Engelenburg, of een bezoeker, dit kleinood verloren. Met de enigszins mysterieuze orde van de doodskop zal deze ring denk ik weinig te maken hebben.
Wie kan mij helpen aan meer gegevens over deze ring?
Reacties graag naar Werkgroep Metaalvondsten Zeeland, p/a Armeniaans Schuitvlot 1, 4331 NL MIDDELBURG

Lit. : JEWELRY. ANCIENT TO MODERN. The Viking Press, New York 1980, in cooperation with The Walters Art Gallery, Baltimore.
image
   

 
Jaarverslag van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland over 2010
button
 

image
Zegelstempel van S. Jacob de Repere met als beeldmerk een vastgebonden geit. Foto: Paul Blomme

 

image
Afdruk van hetzelfde zegelstempel van S. Jacob de Repere

 

 

image
Armenpenning met dubbelkoppige adelaar. Foto: Paul Blomme

De werkgroep kwam in 2010 éénmaal bij elkaar, op 14 april. Wederom zijn er geen belangrijke activiteiten geweest. Enkele werkgroepsleden zijn het afgelopen jaar druk bezig geweest met de vondsten uit de stort van de Clasinastraat in Arnemuiden. Er staat momenteel een kleine publicatie (particulier initiatief van de vinders) op stapel en de vondsten zijn dit jaar te bezichtigen geweest in het museum in Arnemuiden. Hopelijk zullen deze vondsten te zijner tijd worden aangemeld en geregistreerd, wat een belangrijke toename zal betekenen van de aantallen voorwerpen in de diverse categorieën.
Helaas is een van de werkgroepsleden langdurig verhinderd wegens ziekte en zijn er daarom uit Oost-Zeeuws-Vlaanderen geen aanmeldingen ontvangen.

Zegelstempels en zegelringen
Per 31 december 2010 waren er 347 exemplaren geregistreerd, 15 meer dan het jaar daarvoor.
Van enkele is de tekst en het beeldmerk goed te onderscheiden.
Uit West-Zeeuws-Vlaanderen zijn een drietal stempels aangemeld. Een fraai exemplaar draagt de tekst S. Jacob de Repere en heeft als beeldmerk een geit die aan een boom is vastbonden.
Het tekstfragment op een stempel waarvan een deel is weggehakt, luidt: S. BOVDIN en draagt als beeldmerk een kruis met in elk kwartier een zespuntige ster.
Een ander stempel draagt de tekst S. PETER SCHILLE en heeft een handmerk als beeldmerk.
Uit Zuid-Beveland is een 18e-eeuws zilveren stempel aangemeld (het tweede exemplaar in Zeeland) met als beeldmerk een bekroond monogram: MW of WM.
Ook uit Zuid-Beveland komt een slecht bewaard gebleven stempelfragment met een wapen en een onleesbare randtekst.
Verder nog een 19e-eeuws ovalen stempel (het handvat ontbreekt) met de letter A.
Op Walcheren werden twee stempels en twee ringen gevonden. Bij de aanleg van een weg werd een 15e /16e eeuws stempel met een driepas als handvat gevonden. Het beeldmerk is een handmerk.
Een ander 15e eeuws stempel laat een wapenschild zien en een -helaas onleesbare-randtekst.
De zegelringen dateren uit de 17e en de 18e eeuw en laten beide een handmerk zien.

Zilveren voorwerpen
In Zuid-Beveland is een zilveren zegelstempel gevonden, het tweede in Zeeland (zie hierboven) Het andere zilveren stempeltje is in Valkenisse gevonden en heeft een davidsster als beeldmerk.

Vogeldrinkbakjes
Er zijn dit jaar geen nieuwe exemplaren aangemeld. De teller staat, evenals in 2009, op 33 exemplaren. Over de (op handen zijnde ?) publicatie van de heer Bottelier is al enige tijd niets meer vernomen. Dat is jammer, omdat de werkgroep het Zeeuwse aandeel graag wil publiceren.

Romeinse metalen voorwerpen
Geen aanmeldingen.

Stadsgewichten
Dit jaar zijn er 8 gewichten bij gekomen.
Daarvan zijn er vier afkomstig uit Middelburg (burchtje), drie uit Goes (gans) en één uit Vlissingen (fles). Eén gewicht weegt zelfs 496 gram. De teller staat nu op 102 gewichten.

Mestopbekroningen
Geen aanmeldingen. De teller blijft staan op 74.

Kinderspeelgoed
Geen aanmeldingen

Penningen
Dit jaar zijn er 9 penningen aangemeld, waaronder enkele armenpenningen. Op één na, uit Ritthem, zijn ze allemaal afkomstig uit Middelburg en ze dateren allemaal uit de 15e of 16e eeuw. Vijf penningen vertonen aan de voorzijde een dubbelkoppige adelaar en aan de keerzijde gotische letters, een A, HA (tweemaal), en een S (tweemaal). Ze zijn vervaardigd uit lood.
De overige vier penningen laten zien: de letters AB, een molenijzer met op de keerzijde de letter H, de letters CA en op de keerzijde een A, terwijl op één penning niets te onderscheiden is. De kwaliteit van de meeste penningen is helaas niet optimaal.

Vlissingen, 31-01-2011

Leida Goldschmitz, secr. a.i. WMZ

   

 
Jaarverslag van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland over 2011
   

Er zijn dit jaar geen bestuursvergaderingen geweest.
Enkele leden van de werkgroep zijn druk bezig geweest met de vondsten uit de Clasinastraat in Arnemuiden.
Er is inmiddels een fraaie catalogus verschenen van de talloze metaalvondsten die zijn gedaan ter plaatse, maar voornamelijk afkomstig zijn uit de stortgrond van de oude haven.
Op 21 februari bezochten we het Museum in Arnemuiden waar Bernard Meijlink van de WAD het onderzoek toelichtte. De vele metaal- en andere vondsten waren te bewonderen in een speciale tentoonstellingsruimte.
De vondsten zullen hopelijk in 2012 worden aangemeld en dat zal een grote vermeerdering van de aantallen metaalvondsten in de diverse categorieën betekenen.
Een en ander bracht met zich mee dat er weinig andere aanmeldingen zijn gedaan via de werkgroepsleden, ook al vanwege persoonlijke omstandigheden zoals ziekte en verhuizing.

De categorie waarvan we wel regelmatig aanmeldingen krijgen is die van de zegelstempels en zegelringen.
In 2011 werden er maar liefst vijftien zegelstempels aangemeld, allemaal uit Schouwen Duiveland, de regio waaruit we nog weinig voorwerpen hebben geregistreerd. Enkele stempels dateren uit de late middeleeuwen, maar er zijn ook 17e en 18e eeuwse stempels bij.
Bijzonder is een 14e eeuws zilveren stempeltje. Het laat een aanziend portret van een man zien bekroond door een dubbelkoppige adelaar en geplaatst in een veelhoekige figuur met roosjes in de hoeken. Een naam ontbreekt. Mogelijk is dit kleine stempeltje (diameter 1,9 cm) een contrastempel. Er bevinden zich nu drie zilveren stempels onder de aanmeldingen. De teller is inmiddels opgelopen tot 365 exemplaren per 31-12-2011.
We krijgen via de AWN-website af en toe meldingen binnen van vondsten die net over de grens in België zijn gedaan. Hoe interessant ook, wij kunnen die vondsten helaas niet opnemen in ons bestand.
Vogeldrinkbakjes zijn er dit jaar niet aangemeld. De teller staat nog steeds op 33.
De publicatie over de bakjes van de hand van Theo Bottelier is inmiddels verschenen, maar helaas zijn de afbeeldingen van vooral de Zeeuwse bakjes vaak erg slecht van kwaliteit, waarschijnlijk tengevolge van de voor fijne pentekeningen ongeschikte papiersoort. De auteur is in gesprek met de uitgever om te komen tot een verbeterde uitgave.
De titel van het boekje is: Inktpot of vogeldrinkbakje? Onderzoek naar een bijzonder metalen voorwerp. 124 p., geïll. Uitgeverij Eigen Boek:
info@uitgeverijeigenboek.nl.
Het raadsel van de bakjes is met deze publicatie niet opgelost, maar hopelijk draagt de uitgave ertoe bij dat de aandacht voor deze voorwerpen wordt vergroot en op den duur leidt tot de oplossing van het vraagstuk.

Er zijn geen meldingen van metalen voorwerpen uit de Romeinse tijd.
Er zijn ook geen meldingen bijgekomen van stadsgewichten. De teller blijft staan op 102 exemplaren.
Idem voor wat betreft de mes-topbekroningen. De teller staat op 74.
Ook wat betreft kinderspeelgoed en penningen zijn er geen meldingen gedaan.

Leida Goldschmitz, secr. a.i. WMZ

image
Zegelstempel met als beeldmerk een burcht.


image
Vogeldrinkbakje; meerkantig model met aan de voorzijde drie vlakken met
daarin een gotische driepas.


image
Fragment van een spitsovaal zegelstempel met drie kapsporen.


image
Drinkbakje; klimmende leeuw in een schild, met aan weerszijden
gearceerde ruiten en driehoeken.