home >>> home wmz >>> publicaties >>> overzicht archief publicaties >>> archief publicaties vi
  I - II - III - IV - V - VI
Zegelstempels en Zegelringen uit Zeeuwse bodem  
 
Zegelstempels en Zegelringen uit Zeeuwse bodem
   
door Henk Hendrikse  
   
Henk Hendrikse ( Koudekerke, 1952 ) is als beheerder van het archeologisch depot verbonden aan de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland(SCEZ). Sinds de tweede helft van de jaren tachtig is hij betrokken bij talloze archeologische onderzoeken en opgravingen. De auteur is gespecialiseerd in o.a. middeleeuwse metalen voorwerpen en werkte mee aan tal van archeologische publicaties over Zeeuwse onderwerpen, zoals : ‘Geld uit de Belt’, ‘Marnix van St. Aldegonde’, ‘De onderkant van de Markt’, ‘Verdronken land. Valkenisse en Keizershoofd’ en ‘Vondsten in Veere’. Tevens is hij co-auteur van het boek ‘Groeten uit Breskens’(1995), over de geschiedenis en topografie van Breskens aan de hand van honderden ansichten en fotokaarten.  
   
Met de komst van de metaaldetector is het zoeken naar metalen voorwerpen een populaire hobby geworden in binnen- en buitenland. Vele duizenden metalen voorwerpen zijn in de laatste twee decennia met behulp van dit nuttige apparaat opgespoord. Slechts een zeer klein deel hiervan wordt aangemeld bij de officiële instanties en geregistreerd. In Zeeland moet dit gebeuren bij de provinciaal archeoloog van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ). Bodemvondsten worden echter om allerlei redenen niet aangemeld bij de SCEZ. Het overgrote deel van de vondsten verdwijnt ongezien in de privé-collecties van detectorzoekers, waarvan er - alleen al in Zeeland - zo’n honderd actief zijn. Deze privé-collecties zijn slechts bij enkele insiders bekend. De archeologisch en historisch vaak zeer belangwekkende vondsten daaruit blijven dus onopgemerkt en zijn niet beschikbaar voor onderzoek. Waarschijnlijk gaat het alleen in Zeeland al om vele duizenden van dit soort vondsten per jaar. Zich realiserend dat hiermee onnodig veel informatie verloren dreigde te gaan namen in 1999 enkele leden van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) het initiatief om een werkgroep op te richten met als doel het verzamelen van gegevens over metaalvondsten die in het bezit zijn van particulieren. Deze werkgroep functioneert binnen de afdeling Zeeland van de AWN.
Als eerste project van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland (WMZ) is gekozen voor het onderzoek en de registratie van in Zeeland gevonden zegelstempels en zegelringen. Hiertoe is door de werkgroep een registratieformulier ontworpen, conform de richtlijnen betreffende de registratie van bodemvondsten in ARCHIS. ARCHIS is het door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) opgezette en ontwikkelde geautomatiseerde archeologische informatiesysteem. Het ARCHIS - formulier is hiervoor aangevuld met dit formulier om op de specifieke vragen die aan bepaalde groepen voorwerpen gesteld worden een antwoord te kunnen geven.
Andere specifieke groepen voorwerpen die in aanmerking komen voor registratie en documentatie zijn: pelgrimsinsignes, Romeinse munten, vogeldrinkbakjes of inktpotjes, muntgewichtjes, kinderspeelgoed van metaal, penningen, sleutels, gewichten, enz. Pelgrimsinsignes bijvoorbeeld geven een beeld van de devotie in de Middeleeuwen en van de in de regio en daarbuiten bezochte bedevaartplaatsen; gewichten en penningen zijn via ingeslagen merken vaak te relateren aan een bepaalde stad; kinderspeelgoed verwijst naar de positie van het kind in de laatmiddeleeuwse samenleving.
De keuze voor de vondstcategorie zegelstempels en zegelringen heeft verschillende redenen. Ten eerste zijn deze voorwerpen niet alleen bij het grote publiek weinig bekend, maar ook bij genealogen, historici en archiefmedewerkers. Men kent wel de waszegels die soms met tientallen aan oorkonden hangen, maar niet de stempels. Ten tweede is het soms mogelijk via bronnenonderzoek informatie te verkrijgen over de eigenaar van een stempel, wiens naam, functie en/of beeldmerk te zien is op het stempelveld. Dit is tevens interessant voor een ieder die zich bezig houdt met historisch onderzoek, want de bewaard gebleven waszegels bevinden zich vaak in een slechte staat omdat zegelwas erg kwetsbaar is en snel brokkelt. Er zijn nog maar weinig oorkonden waarvan de bezegeling nog in gave staat verkeert. De afbeelding op het stempelveld zou in bepaalde gevallen aanvullende informatie kunnen bieden. Zo kunnen schriftelijke bronnen en archeologische vondsten elkaar aanvullen of bevestigen.
Ten derde bestaat deze specifieke groep voorwerpen vrijwel geheel uit bodemvondsten. Naar verwachting zal de toename van het aantal aangemelde exemplaren eveneens vrijwel uitsluitend uit recente bodemvondsten bestaan.
Omdat regulier archeologisch onderzoek, geplaagd door geld- en tijdgebrek, dikwijls andere prioriteiten heeft worden deze nieuwe metaalvondsten bijna zonder uitzondering door particuliere detectorzoekers gedaan. De grote hoeveelheid voorwerpen die zich in particulier bezit bevindt bracht met zich mee dat er van de zijde van de werkgroep bijzonder veel inzet gevraagd werd om de gewenste informatie te verkrijgen. Daarbij werd het raadzaam geacht niet te lang te wachten met navraag doen naar de vondstgegevens. Het merendeel van de zoekers documenteert de vondsten niet, zodat na een aantal jaren al twijfel kan ontstaan over de exacte vindplaats. Door onderlinge ruil en/of verkoop gaat bijna altijd informatie verloren. De nieuwe eigenaar is vaak minder geïnteresseerd in de vindplaats dan in het object zelf en zo kunnen in korte tijd de vondstgegevens - en daarmee een belangrijke bron van informatie - verloren gaan. Ook bij overlijden en boedelscheiding verdwijnen veel voorwerpen omdat de erfgenamen er, als de geldswaarde gering is, niet in geïnteresseerd zijn. Daar de vindplaats van een zegelstempel of zegelring in veel gevallen te relateren is aan de woon- of verblijfplaats van de stempelvoerder is de exacte vindplaats van cruciaal belang om enig succes te kunnen boeken bij het bronnenonderzoek. De vindplaats is daarnaast van belang als nieuw of extra gegeven ten behoeve van de archeologische monumentenzorg.
Bij de registratie van de stempels gold (en geldt) het midden van de negentiende eeuw als grens. Als criterium wordt gesteld dat het te registreren voorwerp een bodemvondst moet zijn. Uit een onderzoeksronde langs de verschillende lokale archieven in Zeeland bleek dat uit de Middeleeuwen geen enkel origineel burgerlijk of kerkelijk zegelstempel bewaard gebleven is. Wel is een beperkt aantal stadsstempels nog aanwezig. Uit het grote aantal nu geregistreerde stempels blijkt dus dat het bodemarchief heel wat meer stempels ‘bewaard’ heeft dan de ‘gewone’ archieven. In het laatste hoofdstuk van het boek is ter aanvulling een selectie uit de in de archieven bewaarde stadsstempels opgenomen.

Toen na twee jaar de balans van het zegelstempelproject werd opgemaakt bleek dat er een schat aan informatie boven water was gekomen. Dank zij het niet aflatende enthousiasme van de werkgroepleden en de medewerking van de particuliere detectorzoekers konden (tot 01-06- 2003) 275 zegelstempels en –ringen worden geregistreerd. De werkgroep was van mening dat het jammer zou zijn wanneer de met veel inzet en investering verkregen gegevens, net als de voorwerpen zelf, op hun beurt een verborgen bestaan zouden gaan leiden in het archief van de SCEZ of in ARCHIS. Zo ontstond de wens om de onderzoeksresultaten van een deel van de zegelstempels en –ringen te publiceren, waardoor deze beschikbaar zouden komen voor een ieder die in deze materie geïnteresseerd is. Publicatie zou tevens een stimulans voor anderen kunnen betekenen tot nader onderzoek. Immers, de historische gegevens van de in de catalogus beschreven stempels zijn summier en kunnen in een aantal gevallen nog verder worden uitgediept. In het tijdsbestek waarin deze publicatie tot stand gekomen is kon door allerlei omstandigheden dit ingewikkelde en zeer tijdrovende onderzoek niet plaats vinden.

Zegelstempels en zegelringen


Een zegelstempel of –ring vertegenwoordigt met een beeldmerk, naam en/of functie de identiteit van de eigenaar. De afbeelding op het stempelveld symboliseert de persoon of de instelling die het zegel voert. Het randschrift vermeldt de naam en/of de functie van de bezitter. Tijdens diens leven of ambtsperiode werden overeenkomsten met het stempel in een wasafdruk (zegel) bewijskrachtig gemaakt. Na overlijden of beëindiging van de ambtsperiode moest het stempel ongeldig gemaakt of vernietigd worden om misbruik en daarmee frauduleuze handelingen te voorkomen. Overheidsstempels daarentegen bleven vaak als bewijsstuk bewaard. Bij het onbruikbaar maken werd in vele gevallen het stempel met hamer en beitel bewerkt, in tweeën gehakt of werden randschrift en beeldmerk weggevijld. Onder de gevonden zegelstempels is er een aantal dat duidelijk de sporen van bewuste beschadiging draagt. Omsmelten was ook een mogelijkheid, hoewel daar geen gegevens over beschikbaar zijn. Waarschijnlijk gebeurde dit alleen wanneer het een stempel van edelmetaal betrof. Vernietigen betekende in de praktijk vaak dat het stempel in een sloot, gracht of zelfs in een beerput werd gegooid, om na honderden jaren als bodemvondst weer aan het licht te komen. Hoewel de meeste stempels vrij gaaf worden teruggevonden, afgezien van de bewust aangebrachte beschadigingen, hebben de bodemzuren bij een aantal exemplaren hun werk helaas grondig gedaan. Op 01-06-2003 bedroeg het aantal geregistreerde in Zeeland gevonden stempels en ringen 275 exemplaren. Twee jaar geleden, vóór de aanvang van het project, waren dat er slechts 5! Voor het grootste deel gaat het om zegelstempels uit de periode 1250-1500. De zegelringen zijn ver in de minderheid vergeleken met het aantal stempels. Daarbij is ook het aantal stempels uit de periode 1500 tot 1900 beperkt. Zegelringen met gesneden stenen (gemmen) uit de Romeinse periode vormen een aparte groep en vallen niet binnen het kader van ons onderzoek. Ze zijn dus in deze publicatie buiten beschouwing gelaten. Wel is ter illustratie een Romeinse gemme uit Aardenburg afgebeeld bij het hoofdstuk over de historische ontwikkeling van de stempels.


Het zegelen in de Middeleeuwen

Om een afdruk te maken in was is een stempel nodig. Een metalen stempel bestond in de Middeleeuwen uit een plat vlak, waarin een motto en/of randtekst was aangebracht. Aan de achterzijde was een oog meegegoten. Onder invloed van de gotiek worden de grepen op de messing stempels hoger. De mooiste exemplaren waren voorzien van een driepasoog. Het oog gaf de gebruiker de mogelijkheid om het stempel aan een ketting met zich mee te dragen. Zo kon verlies of diefstal worden voorkomen.
Er werd gestempeld in bijenwas, die in veel gevallen werd gekleurd met gele, rode, bruine of zwarte pigmenten. Alleen de allerhoogste gezagsdragers zegelden in een afwijkend materiaal. Zo zijn bijna alle pauselijke stempelafdrukken die aan oorkonden hangen van lood. Ook deze exemplaren – bulla’s genaamd – komen onder bodemvondsten voor en zijn in het boek beschreven en afgebeeld.


Fabricage van zegelstempels

Ter vervaardiging van een stempel werd eerst een mal gemaakt; daarin werd vloeibaar metaal gegoten. Het gieten gebeurde door de brons- of geelgieter. De oudste in Zeeland gevonden stempels dateren uit het tweede helft van de 13e eeuw. De stempels uit de periode tot ongeveer 1400 zijn vaak van een hogere kwaliteit dan stempels uit de 15e en 16e eeuw. Stempelsnijders brengen met een beiteltje een afbeelding aan in het metaal. Er is ook een methode beschreven om stempels compleet met voorstelling te gieten.

Metaaltechnisch onderzoek

Heel vaak worden metalen voorwerpen die uit de bodem komen alleen op hun uiterlijke kenmerken beoordeeld. Aan een voorwerp vervaardigd uit een koperlegering wordt naargelang de kleur het predikaat brons of messing gegeven. Veel van de zegelstempels worden beschreven als zijnde bronzen voorwerpen. Om een betere benaming te geven aan de zegelstempels is een aantal onderzocht bij het Instituut Collectiebeheer Nederland (ICN) in Amsterdam. De resultaten zijn in verschillende tabellen verwerkt. Opvallend is het gebruik van lood bij de bronzen en messing stempels. In enkele gevallen bestaat het stempel voor meer dan 50 % uit lood.
Vooral bij de middeleeuwse stempels zijn metaalalliages van zeer wisselende samenstelling gebruikt. Na 1500 is vooral messing - een legering van koper en zink - in gebruik.


Ateliers

De vindplaatsen van de zegelstempels en –ringen liggen verspreid over de gehele provincie Zeeland. Ondanks de grote hoeveelheid aangemelde stempels zijn dat er te weinig om de locatie van productieateliers vast te stellen. Slechts twee stempels hebben hetzelfde model en een gelijkende afbeelding. Ze zijn door één en dezelfde persoon vervaardigd.

Stempelvormen en –formaten in de Middeleeuwen

De Merovingische en Karolingische koningen volgen de klassieke traditie van in gemmen gesneden portretten. Na verloop van tijd worden deze groter en na het jaar 1000 ontstaat een nieuw type stempel. Naast het gebruikelijke ronde stempel verschijnt ook een spitsovaal model. In de 13e eeuw worden schildvormige, vierkante en vijf- tot achthoekige vormen gebruikt.
Bij de spitsovale en veelhoekige stempels blijft de lage greep gebruikelijk.
Bij het ronde stempel ontwikkelt de greep zich tot een hoog type, waarbij het oog soms fraai is uitgewerkt. Dit type is veelal in gebruik bij de koop- en ambachtslieden. Dit is de derde stand naast de kerkelijke en burgerlijke overheid en de hoge en lage adel.
De vorm van het stempel is soms een verwijzing naar de gebruiker. De spitovale modellen tonen vooral kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, heiligen en Maria met Kind. Burgers gebruiken stempels met afbeeldingen die verwijzen naar hun naam of beroep.
De gevonden stempels zijn in de regel klein. De burgerstempels in de Middeleeuwen hebben een diameter tussen de 1,5 en 2,5 cm. De hoogte is gemiddeld 2,5 cm. De lage ronde exemplaren hebben gemiddeld een iets grotere diameter, waarschijnlijk omdat ze hierdoor wat gemakkelijker te hanteren zijn. De spitsovale stempels lijken eveneens iets groter, maar dat komt omdat de lengtemaat als uitgangspunt genomen is. Stempels na 1600 zijn vanwege de geringe hoeveelheid beschikbare exemplaren niet in een tabel verwerkt.
In de 16e eeuw verschijnen er verschillende nieuwe typen stempels. Eén van deze typen bestaat uit een korte bus, waaraan een - meestal houten - handvat is bevestigd. Een ander type is het z.g. klapstempel. Dit bestaat naast de stempelplaat uit een scharnierend handvat, waardoor het voorwerp makkelijk op te bergen is. In de 18e eeuw verschijnt het kantelstempel met twee of drie keerbare zijden. Het heeft een scharnierende greep waardoor het gewenste stempelvlak naar beneden kan kantelen. Ook verschijnen er stempels met voorstellingen die teruggaan op de klassieke oudheid. Dit zijn classicistische nabootsingen van gemmen zoals die in de Griekse en Romeinse tijd in ringen zijn gebruikt. Al deze genoemde typen verschillen sterk met de zegelstempels die in de Middeleeuwen gebruikt zijn. De laatste zijn vaak diep uitgesneden omdat er gestempeld werd in was. Vanaf de 16e eeuw wordt, voor het verzegelen van persoonlijke documenten zoals brieven, lak gebruikt om in te stempelen. Doordat de lak na verwarming sterk uitvloeit is het niet nodig een stempel te gebruiken dat diep uitgestoken is. Het beeld toont vaak alleen nog het persoonlijk wapen of devies, maar geen naam omdat een brief voorzien werd van een handtekening. Zegelringen tonen vaak christelijke voorstellingen, letters en symbolen zoals een kroon of lelie.

Om deze verzamelde informatie beschikbaar te stellen aan een ieder die wil kennis nemen van dit onderwerp is, zoals al opgemerkt, door de werkgroep besloten een publicatie te vervaardigen.
Meer dan 250 kleurenfoto’s tonen een prachtig beeld van de ontwikkeling van het zegelstempel door de eeuwen heen. Een derde deel van het boek bestaat uit een catalogus waarin een beschrijving en afbeelding van circa 100 zegelstempels en –ringen opgenomen.
In deze publicatie wordt voor het eerst deze specifieke groep bodemvondsten uit Zeeland op uitgebreide wijze beschreven en afgebeeld.
Het boek is begin november verschenen bij uitgeverij Aprilis BV te Zaltbommel en is verkrijgbaar via de boekhandel. De winkelprijs bedraagt € 19,50
ISBN: 90 5994 013 x


Zegelstempel van loodbrons van Jacob[u]s Alverdoen. Wapenschild met zes jakobsschelpen, (3:2:1). Vindplaats: Sluis. Datering: 1300-1350. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.




Zegelstempel van broeder Johannes van het St. Jans Hospitaal in Aardenburg. Datering: 1275-1350. Vindplaats: Aardenburg. Part.collectie. Foto: S. Bostelaar.



Zegelstempel van Simon Sceluward met afbeelding van een lopende vos, Vindplaats: Middelburg, Datering:1300-1350. Coll. : SCEZ


 

 

Zegelstempel van brons gevonden in Middelburg. Afbeelding van een staande Maria met Kind. De zegelaar geknield onder een ster. Datering: 1300-1350. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.


 

 

Vierlobbig messing zegelstempel, vermoedelijk toebehorend aan een Spaanse lakenhandelaar. Randtekst: Arias Alfonso. In het centrum een gaande schaap, daaromheen twee lakenbalen, een lelie en een burcht ( Castilië ). Vindplaats: Sluis. Datering: 1350-1400. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.



Spitsovaal zegelstempel van messing met een burcht en de naam Magri Willi de Dvmbvrg. Datering: 1275-1350. Vindplaats: Middelburg. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.





Zegelstempel van Walter de Vos met de afbeelding van een gaande vos. Datering: 1300-1350. Vindplaats: Aardenburg. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.





Zegelstempel van verguld messing met afhangend getorst staafje. Afbeelding van een man met baard. Datering 1700-1750. Vindplaats: Sluis. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.

 





Messing zegelring met de letter T. Vindplaats: Aardenburg. Datering: 1400-1450. Part. collectie. Foto: S. Bostelaar.




keerzijde / voorzijde

Loden oorkondezegel (bulla) van Paus ALEXANDER VI (1492-1503). Voorzijde: boven twee bebaarde portretten de tekst: SPE (Sint Petrus) en SPA (Sint Paulus). Tussen de beide heiligen een kruis. Keerzijde ALEXANDER PP VI. Vindplaats: Middelburg. Collectie en foto: S. Bostelaar

 

Zegelstempel S.Iohan(nes) de Gisra, vindplaats Sluis,
part. coll. wapenschild met twee boven elkaar geplaatste dieren. Datering: 1400-1450.





Zegelstempel van Jaroy f(ilius) jans Lisse, wapenschild met een keper vergezeld van drie jakobschelpen. Het schild wordt vastgehouden door de aartsengel Michaël. vindplaats: Sluis. Datering; 1450-1500. Part. coll.