Met de komst van de metaaldetector is het zoeken
naar metalen voorwerpen een populaire hobby geworden in binnen- en buitenland.
Vele duizenden metalen voorwerpen zijn in de laatste twee decennia met behulp
van dit nuttige apparaat opgespoord. Slechts een zeer klein deel hiervan
wordt aangemeld bij de officiële instanties en geregistreerd. In Zeeland
moet dit gebeuren bij de provinciaal archeoloog van de Stichting Cultureel
Erfgoed Zeeland (SCEZ). Bodemvondsten worden echter om allerlei redenen
niet aangemeld bij de SCEZ. Het overgrote deel van de vondsten verdwijnt
ongezien in de privé-collecties van detectorzoekers, waarvan er -
alleen al in Zeeland - zo’n honderd actief zijn. Deze privé-collecties
zijn slechts bij enkele insiders bekend. De archeologisch en historisch
vaak zeer belangwekkende vondsten daaruit blijven dus onopgemerkt en zijn
niet beschikbaar voor onderzoek. Waarschijnlijk gaat het alleen in Zeeland
al om vele duizenden van dit soort vondsten per jaar. Zich realiserend dat
hiermee onnodig veel informatie verloren dreigde te gaan namen in 1999 enkele
leden van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN) het initiatief
om een werkgroep op te richten met als doel het verzamelen van gegevens
over metaalvondsten die in het bezit zijn van particulieren. Deze werkgroep
functioneert binnen de afdeling Zeeland van de AWN.
Als eerste project van de Werkgroep Metaalvondsten Zeeland (WMZ) is gekozen
voor het onderzoek en de registratie van in Zeeland gevonden zegelstempels
en zegelringen. Hiertoe is door de werkgroep een registratieformulier ontworpen,
conform de richtlijnen betreffende de registratie van bodemvondsten in ARCHIS.
ARCHIS is het door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
(ROB) opgezette en ontwikkelde geautomatiseerde archeologische informatiesysteem.
Het ARCHIS - formulier is hiervoor aangevuld met dit formulier om op de
specifieke vragen die aan bepaalde groepen voorwerpen gesteld worden een
antwoord te kunnen geven.
Andere specifieke groepen voorwerpen die in aanmerking komen voor registratie
en documentatie zijn: pelgrimsinsignes, Romeinse munten, vogeldrinkbakjes
of inktpotjes, muntgewichtjes, kinderspeelgoed van metaal, penningen, sleutels,
gewichten, enz. Pelgrimsinsignes bijvoorbeeld geven een beeld van de devotie
in de Middeleeuwen en van de in de regio en daarbuiten bezochte bedevaartplaatsen;
gewichten en penningen zijn via ingeslagen merken vaak te relateren aan
een bepaalde stad; kinderspeelgoed verwijst naar de positie van het kind
in de laatmiddeleeuwse samenleving.
De keuze voor de vondstcategorie zegelstempels en zegelringen heeft verschillende
redenen. Ten eerste zijn deze voorwerpen niet alleen bij het grote publiek
weinig bekend, maar ook bij genealogen, historici en archiefmedewerkers.
Men kent wel de waszegels die soms met tientallen aan oorkonden hangen,
maar niet de stempels. Ten tweede is het soms mogelijk via bronnenonderzoek
informatie te verkrijgen over de eigenaar van een stempel, wiens naam, functie
en/of beeldmerk te zien is op het stempelveld. Dit is tevens interessant
voor een ieder die zich bezig houdt met historisch onderzoek, want de bewaard
gebleven waszegels bevinden zich vaak in een slechte staat omdat zegelwas
erg kwetsbaar is en snel brokkelt. Er zijn nog maar weinig oorkonden waarvan
de bezegeling nog in gave staat verkeert. De afbeelding op het stempelveld
zou in bepaalde gevallen aanvullende informatie kunnen bieden. Zo kunnen
schriftelijke bronnen en archeologische vondsten elkaar aanvullen of bevestigen.
Ten derde bestaat deze specifieke groep voorwerpen vrijwel geheel uit bodemvondsten.
Naar verwachting zal de toename van het aantal aangemelde exemplaren eveneens
vrijwel uitsluitend uit recente bodemvondsten bestaan. Omdat regulier archeologisch onderzoek, geplaagd door geld-
en tijdgebrek, dikwijls andere prioriteiten heeft worden deze nieuwe metaalvondsten
bijna zonder uitzondering door particuliere detectorzoekers gedaan. De grote
hoeveelheid voorwerpen die zich in particulier bezit bevindt bracht met
zich mee dat er van de zijde van de werkgroep bijzonder veel inzet gevraagd
werd om de gewenste informatie te verkrijgen. Daarbij werd het raadzaam
geacht niet te lang te wachten met navraag doen naar de vondstgegevens.
Het merendeel van de zoekers documenteert de vondsten niet, zodat na een
aantal jaren al twijfel kan ontstaan over de exacte vindplaats. Door onderlinge
ruil en/of verkoop gaat bijna altijd informatie verloren. De nieuwe eigenaar
is vaak minder geïnteresseerd in de vindplaats dan in het object zelf
en zo kunnen in korte tijd de vondstgegevens - en daarmee een belangrijke
bron van informatie - verloren gaan. Ook bij overlijden en boedelscheiding
verdwijnen veel voorwerpen omdat de erfgenamen er, als de geldswaarde gering
is, niet in geïnteresseerd zijn. Daar de vindplaats van een zegelstempel
of zegelring in veel gevallen te relateren is aan de woon- of verblijfplaats
van de stempelvoerder is de exacte vindplaats van cruciaal belang om enig
succes te kunnen boeken bij het bronnenonderzoek. De vindplaats is daarnaast
van belang als nieuw of extra gegeven ten behoeve van de archeologische
monumentenzorg.
Bij de registratie van de stempels gold (en geldt) het midden van de negentiende
eeuw als grens. Als criterium wordt gesteld dat het te registreren voorwerp
een bodemvondst moet zijn. Uit een onderzoeksronde langs de verschillende
lokale archieven in Zeeland bleek dat uit de Middeleeuwen geen enkel origineel
burgerlijk of kerkelijk zegelstempel bewaard gebleven is. Wel is een beperkt
aantal stadsstempels nog aanwezig. Uit het grote aantal nu geregistreerde
stempels blijkt dus dat het bodemarchief heel wat meer stempels ‘bewaard’
heeft dan de ‘gewone’ archieven. In het laatste hoofdstuk van
het boek is ter aanvulling een selectie uit de in de archieven bewaarde
stadsstempels opgenomen.
Toen na twee jaar de balans van het zegelstempelproject werd opgemaakt
bleek dat er een schat aan informatie boven water was gekomen. Dank zij
het niet aflatende enthousiasme van de werkgroepleden en de medewerking
van de particuliere detectorzoekers konden (tot 01-06- 2003) 275 zegelstempels
en –ringen worden geregistreerd. De werkgroep was van mening dat
het jammer zou zijn wanneer de met veel inzet en investering verkregen
gegevens, net als de voorwerpen zelf, op hun beurt een verborgen bestaan
zouden gaan leiden in het archief van de SCEZ of in ARCHIS. Zo ontstond
de wens om de onderzoeksresultaten van een deel van de zegelstempels en
–ringen te publiceren, waardoor deze beschikbaar zouden komen voor
een ieder die in deze materie geïnteresseerd is. Publicatie zou tevens
een stimulans voor anderen kunnen betekenen tot nader onderzoek. Immers,
de historische gegevens van de in de catalogus beschreven stempels zijn
summier en kunnen in een aantal gevallen nog verder worden uitgediept.
In het tijdsbestek waarin deze publicatie tot stand gekomen is kon door
allerlei omstandigheden dit ingewikkelde en zeer tijdrovende onderzoek
niet plaats vinden.
Zegelstempels en zegelringen
Een zegelstempel of –ring vertegenwoordigt met een beeldmerk, naam
en/of functie de identiteit van de eigenaar. De afbeelding op het stempelveld
symboliseert de persoon of de instelling die het zegel voert. Het randschrift
vermeldt de naam en/of de functie van de bezitter. Tijdens diens leven
of ambtsperiode werden overeenkomsten met het stempel in een wasafdruk
(zegel) bewijskrachtig gemaakt. Na overlijden of beëindiging van
de ambtsperiode moest het stempel ongeldig gemaakt of vernietigd worden
om misbruik en daarmee frauduleuze handelingen te voorkomen. Overheidsstempels
daarentegen bleven vaak als bewijsstuk bewaard. Bij het onbruikbaar maken
werd in vele gevallen het stempel met hamer en beitel bewerkt, in tweeën
gehakt of werden randschrift en beeldmerk weggevijld. Onder de gevonden
zegelstempels is er een aantal dat duidelijk de sporen van bewuste beschadiging
draagt. Omsmelten was ook een mogelijkheid, hoewel daar geen gegevens
over beschikbaar zijn. Waarschijnlijk gebeurde dit alleen wanneer het
een stempel van edelmetaal betrof. Vernietigen betekende in de praktijk
vaak dat het stempel in een sloot, gracht of zelfs in een beerput werd
gegooid, om na honderden jaren als bodemvondst weer aan het licht te komen.
Hoewel de meeste stempels vrij gaaf worden teruggevonden, afgezien van
de bewust aangebrachte beschadigingen, hebben de bodemzuren bij een aantal
exemplaren hun werk helaas grondig gedaan. Op 01-06-2003 bedroeg het aantal
geregistreerde in Zeeland gevonden stempels en ringen 275 exemplaren.
Twee jaar geleden, vóór de aanvang van het project, waren
dat er slechts 5! Voor het grootste deel gaat het om zegelstempels uit
de periode 1250-1500. De zegelringen zijn ver in de minderheid vergeleken
met het aantal stempels. Daarbij is ook het aantal stempels uit de periode
1500 tot 1900 beperkt. Zegelringen met gesneden stenen (gemmen) uit de
Romeinse periode vormen een aparte groep en vallen niet binnen het kader
van ons onderzoek. Ze zijn dus in deze publicatie buiten beschouwing gelaten.
Wel is ter illustratie een Romeinse gemme uit Aardenburg afgebeeld bij
het hoofdstuk over de historische ontwikkeling van de stempels.
Het zegelen in de Middeleeuwen
Om een afdruk te maken in was is
een stempel nodig. Een metalen stempel bestond in de Middeleeuwen uit
een plat vlak, waarin een motto en/of randtekst was aangebracht. Aan de
achterzijde was een oog meegegoten. Onder invloed van de gotiek worden
de grepen op de messing stempels hoger. De mooiste exemplaren waren voorzien
van een driepasoog. Het oog gaf de gebruiker de mogelijkheid om het stempel
aan een ketting met zich mee te dragen. Zo kon verlies of diefstal worden
voorkomen.
Er werd gestempeld in bijenwas, die in veel gevallen werd gekleurd met
gele, rode, bruine of zwarte pigmenten. Alleen de allerhoogste gezagsdragers
zegelden in een afwijkend materiaal. Zo zijn bijna alle pauselijke stempelafdrukken
die aan oorkonden hangen van lood. Ook deze exemplaren – bulla’s
genaamd – komen onder bodemvondsten voor en zijn in het boek beschreven
en afgebeeld.
Fabricage van zegelstempels
Ter vervaardiging van een stempel
werd eerst een mal gemaakt; daarin werd vloeibaar metaal gegoten. Het
gieten gebeurde door de brons- of geelgieter. De oudste in Zeeland gevonden
stempels dateren uit het tweede helft van de 13e eeuw. De stempels uit
de periode tot ongeveer 1400 zijn vaak van een hogere kwaliteit dan stempels
uit de 15e en 16e eeuw. Stempelsnijders brengen met een beiteltje een
afbeelding aan in het metaal. Er is ook een methode beschreven om stempels
compleet met voorstelling te gieten.
Metaaltechnisch onderzoek
Heel vaak worden metalen voorwerpen die uit de bodem komen alleen
op hun uiterlijke kenmerken beoordeeld. Aan een voorwerp vervaardigd uit
een koperlegering wordt naargelang de kleur het predikaat brons of messing
gegeven. Veel van de zegelstempels worden beschreven als zijnde bronzen
voorwerpen. Om een betere benaming te geven aan de zegelstempels is een
aantal onderzocht bij het Instituut Collectiebeheer Nederland (ICN) in
Amsterdam. De resultaten zijn in verschillende tabellen verwerkt. Opvallend
is het gebruik van lood bij de bronzen en messing stempels. In enkele
gevallen bestaat het stempel voor meer dan 50 % uit lood.
Vooral bij de middeleeuwse stempels zijn metaalalliages van zeer wisselende
samenstelling gebruikt. Na 1500 is vooral messing - een legering van koper
en zink - in gebruik.
Ateliers
De vindplaatsen van de zegelstempels
en –ringen liggen verspreid over de gehele provincie Zeeland. Ondanks
de grote hoeveelheid aangemelde stempels zijn dat er te weinig om de locatie
van productieateliers vast te stellen. Slechts twee stempels hebben hetzelfde
model en een gelijkende afbeelding. Ze zijn door één en
dezelfde persoon vervaardigd.
Stempelvormen en –formaten in de Middeleeuwen
De Merovingische en Karolingische koningen volgen de klassieke traditie
van in gemmen gesneden portretten. Na verloop van tijd worden deze groter
en na het jaar 1000 ontstaat een nieuw type stempel. Naast het gebruikelijke
ronde stempel verschijnt ook een spitsovaal model. In de 13e eeuw worden
schildvormige, vierkante en vijf- tot achthoekige vormen gebruikt.
Bij de spitsovale en veelhoekige stempels blijft de lage greep gebruikelijk.
Bij het ronde stempel ontwikkelt de greep zich tot een hoog type, waarbij
het oog soms fraai is uitgewerkt. Dit type is veelal in gebruik bij de
koop- en ambachtslieden. Dit is de derde stand naast de kerkelijke en
burgerlijke overheid en de hoge en lage adel.
De vorm van het stempel is soms een verwijzing naar de gebruiker. De spitovale
modellen tonen vooral kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, heiligen en
Maria met Kind. Burgers gebruiken stempels met afbeeldingen die verwijzen
naar hun naam of beroep.
De gevonden stempels zijn in de regel klein. De burgerstempels in de Middeleeuwen
hebben een diameter tussen de 1,5 en 2,5 cm. De hoogte is gemiddeld 2,5
cm. De lage ronde exemplaren hebben gemiddeld een iets grotere diameter,
waarschijnlijk omdat ze hierdoor wat gemakkelijker te hanteren zijn. De
spitsovale stempels lijken eveneens iets groter, maar dat komt omdat de
lengtemaat als uitgangspunt genomen is. Stempels na 1600 zijn vanwege
de geringe hoeveelheid beschikbare exemplaren niet in een tabel verwerkt.
In de 16e eeuw verschijnen er verschillende nieuwe typen stempels. Eén
van deze typen bestaat uit een korte bus, waaraan een - meestal houten
- handvat is bevestigd. Een ander type is het z.g. klapstempel. Dit bestaat
naast de stempelplaat uit een scharnierend handvat, waardoor het voorwerp
makkelijk op te bergen is. In de 18e eeuw verschijnt het kantelstempel
met twee of drie keerbare zijden. Het heeft een scharnierende greep waardoor
het gewenste stempelvlak naar beneden kan kantelen. Ook verschijnen er
stempels met voorstellingen die teruggaan op de klassieke oudheid. Dit
zijn classicistische nabootsingen van gemmen zoals die in de Griekse en
Romeinse tijd in ringen zijn gebruikt. Al deze genoemde typen verschillen
sterk met de zegelstempels die in de Middeleeuwen gebruikt zijn. De laatste
zijn vaak diep uitgesneden omdat er gestempeld werd in was. Vanaf de 16e
eeuw wordt, voor het verzegelen van persoonlijke documenten zoals brieven,
lak gebruikt om in te stempelen. Doordat de lak na verwarming sterk uitvloeit
is het niet nodig een stempel te gebruiken dat diep uitgestoken is. Het
beeld toont vaak alleen nog het persoonlijk wapen of devies, maar geen
naam omdat een brief voorzien werd van een handtekening. Zegelringen tonen
vaak christelijke voorstellingen, letters en symbolen zoals een kroon
of lelie. Om deze verzamelde informatie beschikbaar te stellen aan een ieder die
wil kennis nemen van dit onderwerp is, zoals al opgemerkt, door de werkgroep
besloten een publicatie te vervaardigen.
Meer dan 250 kleurenfoto’s tonen een prachtig beeld van de ontwikkeling
van het zegelstempel door de eeuwen heen. Een derde deel van het boek
bestaat uit een catalogus waarin een beschrijving en afbeelding van circa
100 zegelstempels en –ringen opgenomen.
In deze publicatie wordt voor het eerst deze specifieke groep bodemvondsten
uit Zeeland op uitgebreide wijze beschreven en afgebeeld.
Het boek is begin november verschenen bij uitgeverij Aprilis BV te Zaltbommel
en is verkrijgbaar via de boekhandel. De winkelprijs bedraagt € 19,50
ISBN: 90 5994 013 x
|
 
Zegelstempel van loodbrons van Jacob[u]s Alverdoen. Wapenschild met zes
jakobsschelpen, (3:2:1). Vindplaats: Sluis. Datering: 1300-1350. Part.
collectie. Foto: S. Bostelaar.
 
Zegelstempel van broeder Johannes van het St. Jans Hospitaal in Aardenburg.
Datering: 1275-1350. Vindplaats: Aardenburg. Part.collectie. Foto: S.
Bostelaar.
 
Zegelstempel van Simon Sceluward met afbeelding van een lopende vos,
Vindplaats: Middelburg, Datering:1300-1350. Coll. : SCEZ
|